Het is vanavond zo'n typische avond waarop het weer je stemming probeert in te halen. De regen klettert hier in Baal al uren onophoudelijk tegen de ruiten en de lucht was al pikkedonker lang voordat ik thuis was. Toen ik daarnet in mijn oude Prius stapte na mijn shift moest ik de ruitenwissers meteen op de hoogste stand zetten om nog iets door de voorruit te kunnen zien. Ik zat daar in die kleine afgesloten ruimte van mijn auto met enkel het ritmische gezoem van de ruitenwissers en het getik van de druppels op het dak en ik voelde de vermoeidheid van de dag ineens als een zwaarte over me heen vallen. Op het werk haal ik elke dag zoveel energie uit het contact met de mensen op de vloer. Het is daar vaak een drukte van jewelste, met paletten die verplaatst worden, het geluid van machines en mensen die kriskras door elkaar lopen, maar er is altijd wel ergens ruimte voor een grapje, een luisterend oor of een bemoedigende schouderklop. Ik hou oprecht van die mensen, van hun eerlijkheid en hun gedrevenheid. Het leidt me af. Het geeft me een doel en het trekt me uit mijn eigen zorgen. Maar als je dan 's avonds je wagen op de oprit parkeert, door de striemende regen naar de voordeur rent, de sleutel in het slot steekt en begroet wordt door die absolute, allesomvattende stilte in de gang... dan is die overgang soms best wel even slikken. Het is een contrast dat elke keer opnieuw hard binnenkomt, hoe vaak je het ook meemaakt.
Ik zit nu in mijn zeteltje met een warme tas koffie, mijn handen strak gevouwen rond de mok om wat op te warmen. Terwijl ik naar de weerspiegeling van de keukenlamp in het donkere, natte raam kijk merk ik hoe de leegte in huis op dit soort kille, regenachtige avonden net iets zwaarder doorweegt dan op andere dagen en dan moet de winter nog komen. Op zonnige zomerdagen zet je de deuren open, hoor je de vogels in de tuin en voelt de wereld groot, maar nu trekt het huis zich precies als een strakke cocon rondom je samen. Mijn gedachten glijden dan onvermijdelijk - bijna automatisch - naar mijn dochter van vijftien. De absolute stilte van haar kant, het volledige gebrek aan ook maar het kleinste beetje contact voelt op momenten als deze echt aan als een open wonde die maar niet wil dichtgroeien. Je loopt door de gang, passeert haar slaapkamerdeur en je hart slaat telkens weer een klein beetje over. Je vraagt je af hoe haar dag eigenlijk was, of ze goed gestudeerd heeft voor die toets, of ze het niet te koud had op de fiets naar school vanmorgen. Die simpele, alledaagse moederdingen zijn ineens een onbereikbare luxe geworden. Mensen die dit niet meemaken snappen echt niet hoe het voelt om een levend kind te moeten missen. Ze is er wel, ze ademt ergens onder dezelfde donkere hemel, ze groeit op, maar voor mij is ze onzichtbaar geworden door die verschrikkelijke, dikke muur van ouderverstoting. Het is een rouwproces zonder einde... een afscheid zonder een begrafenis.
En dan is er nog mijn zoon van twaalf. Mijn lieve, zachtaardige jongen. Hem zie ik gelukkig nog af en toe en die schaarse momenten samen zijn onbetaalbaar voor mij, maar het snijdt letterlijk door merg en been om te zien hoe hij zo goed als hij kan de vrede probeert te bewaren. Als hij hier thuis is, merk ik heel goed hoe hij let op elk woord dat hij zegt. Hij durft bijna niet voluit te vertellen over wat hij de afgelopen week bij de andere ouder heeft gedaan uit schrik dat hij mij ongewild zou kwetsen of uit angst voor de gevolgen als hij daar weer thuiskomt en ze hem uithoren over wat er bij mama allemaal gezegd is. Het is dat verdomde, pijnlijke loyaliteitsconflict dat hem compleet ongevraagd op zijn smalle schouders wordt gelegd. Je ziet hem soms letterlijk worstelen met zijn eigen gedachten. Precies een kleine, bange volwassene die de zware last van de grote mensen probeert te dragen. Als mama wil je helemaal niets liever dan die zware rugzak van zijn schouders rukken, hem gewoon weer kind laten zijn, onbezorgd en vrij om van beide ouders te houden. Maar je staat soms zo verdomd machteloos tegenover de krachten die aan de andere kant continu aan hem trekken. Je wilt ingrijpen als moeder, je wilt luidop roepen dat het nu eindelijk moet stoppen, maar je weet dat elke boze beweging het touw rond hem alleen maar strakker zal trekken.
Toch weiger ik resoluut om de donkerte, de angst en vooral de haat in mijn hart te laten winnen. Geloof me, de verleiding is er soms echt wel hoor. Er zijn dagen dat de harde oneerlijkheid van dit alles me naar de keel grijpt en ik de hemel wel wil toeschreeuwen met de vraag: "Waarom overkomt ons gezin dit in godsnaam? Wat heb ik verkeerd gedaan?" Maar ik weet inmiddels dat bitterheid een sluipend gif is dat uiteindelijk alleen maar jezelf en indirect de kinderen kapotmaakt. Het niet bitter worden is een bewuste keuze die ik elke dag opnieuw en op dagen als vandaag soms elk uur opnieuw moet maken. Daarnet heb ik het grote koude licht in de keuken uitgedaan en ben ik naar de woonkamer gewandeld om mijn vertrouwde kaarsje aan te steken. Dat zachte, flakkerende vlammetje in de schemering brengt me op de een of andere manier altijd weer terug bij mezelf... bij mijn fundament. Ik ga dan even in mijn zetel zitten, sluit mijn ogen en adem diep in. In die kwetsbare stilte leg ik mijn onmacht volledig en vol vertrouwen in Gods handen. Ik bid dan al lang niet meer om snelle oplossingen, of dat iemand eindelijk het licht zou zien en mij mijn gelijk zou geven. Nee, ik vraag simpelweg om Zijn onvoorwaardelijke bescherming en zachtheid voor de harten van mijn beide kinderen. Dat ze in de kern van hun wezen mogen voelen dat ze oneindig geliefd zijn, door Hem en door mij, ongeacht wat er om hen heen gezegd of verzwegen wordt.
Ik bid in die stille momenten ook voor mezelf. Ik vraag heel gericht om de kracht om zelf mild te blijven, om mijn geduld te kunnen bewaren op de momenten dat de tranen hoog zitten en de moedeloosheid toeslaat. Ik wil zo ontzettend graag dat de deur van mijn huis, maar nog veel meer de deur van mijn hart, altijd onvoorwaardelijk op een kier blijft staan. Zodat... als die wonderlijke dag ooit komt dat ze ineens toch weer op de stoep staan of als mijn zoon later als volwassene met eigen ogen terugkijkt op deze donkere jaren, hij heel zeker weet dat er hier bij mama altijd een veilige, oordeelvrije haven was. Dat mama niet veranderd is in een boze, verbitterde vrouw, maar dat ze altijd is blijven wachten met open armen. De Heer leert ons om lief te hebben zonder voorwaarden en hoewel dat soms onmenselijk zwaar voelt in de praktijk is het wel de enige weg die echt licht brengt in deze duisternis.
Misschien leest iemand van jullie dit vanavond wel, terwijl het ook bij u buiten regent en de wind hard rond het huis huilt. Als jij vanavond ook door het raam naar buiten staart - met een tas koffie in uw handen - en de regen precies uw eigen, stille verdriet weerspiegelt, weet dan alstublieft dat je hier absoluut niet alleen zijt in deze storm.
Ik weet als geen ander hoe die donkere eenzaamheid na een scheiding voelt, hoe de pijn van het missen van uw eigen vlees en bloed uw keel zo hard kan toeknijpen dat je nauwelijks adem krijgt. We dragen deze last samen... hier op dit platform. We begrijpen allemaal de pijn van de lege kamers, de onbeantwoorde berichtjes, de verjaardagen in mineur en de naderende feestdagen die als een onbeklimbare berg voor u liggen. Maar geloof me, je bent echt zoveel sterker dan je nu op dit eigenste moment misschien denkt. Kruip seffes maar gewoon veilig en warm onder een zacht dekentje in de zetel. Laat de tranen maar even rijkelijk vloeien als het moet... dat is helemaal oké en zelfs nodig.
En wees bovenal vooral niet te streng voor uzelf als je vandaag eventjes helemaal geen sprankeltje hoop meer voelde. Dat mag. Liefde stopt echt niet zomaar bij een gesloten deur. Ze wacht geduldig en ze vindt altijd, vroeg of laat, een weg door de kleinste kiertjes. We mogen er vol vertrouwen op rekenen dat er morgenochtend, als het hopelijk weer licht wordt en de storm wat is gaan liggen, weer nieuwe genade en nieuwe, onverwachte kracht voor ons klaar zal liggen.
Voor ons, en voor onze geliefde kinderen. Geef niet op.